Laatst aangepast op zondag 07 november 2010 21:00 Geschreven door Administrator donderdag 21 oktober 2010 20:21
De Praktijk
Het praktijkexamen voor de personenauto duurt 55 minuten. Hiervan is een kwartier beschikbaar voor een introductie en voor de toelichting op de uitslag achteraf. U kunt uw instructeur vragen om mee te rijden en bij het eindgesprek aanwezig te zijn. Dan leert u des te meer van het examen.
Vooraf
In het examencentrum maakt u eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt.
Na controle van uw identiteitsbewijs en uw theoriecertificaat overhandigt u het gesloten formulier zelfreflectie. Op dat formulier heeft u vóór het examen uw sterke en minder sterke punten in het verkeer gezet. Dit formulier wordt na de examenuitslag met u besproken.
Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest, waarbij u het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter.
Vervolgens vraagt de examinator u een aantal voorbereidings- en controlehandelingen uit te voeren aan de examenauto.
De rit
Dan begint de rit. De examinator let onder meer op uw beheersing van de auto, kijkgedrag, voorrang verlenen en het rekening houden met andere weggebruikers. Hij beoordeelt u op zeven examenonderdelen:
- Wegrijden
- Rijden op rechte en bochtige weggedeelten
- Gedrag nabij en op kruispunten
- Invoegen - uitvoegen / oprijden - verlaten
- Inhalen - zijdelingse verplaatsingen
- Gedrag nabij en op bijzondere weggedeelten (uitrit/erf/overweg/v.o.p./tram-, bushalte/rotonde)
- Bijzondere manoeuvres
In het vernieuwde rijexamen rijdt u een gedeelte van het examen –zo’n tien tot vijftien minuten– zelfstandig naar een bepaalde bestemming. Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd:
- naar een oriëntatiepunt rijden dat niet vooraf vastligt, maar dat de kandidaat wel kent, óf kan zien.
- meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht), gecombineerd met de blauwe ANWB-borden];
- met behulp van een navigatiesysteem.
De examinator bepaalt op welke van de drie bovengenoemde manieren de kandidaat het ‘zelfstandig rijden’ moet uitvoeren.
Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich. Het gaat erom dat je veilig rijdt en verantwoorde keuzes maakt.
Fouten
U krijgt tijdens het examen alle gelegenheid te laten zien wat u kunt. Helemaal foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is hoe u reageert op het overige verkeer en of u de situatie meester bent. Kortom, de examinator bekijkt of u voldoende in huis hebt om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.
Praktijk
